Gaslekdetectie
Lekdetectie-normen voor industriële gassen: van LDAR tot NTA 8399
GasProtex · 8 mei 2026 · 6 minuten leestijd
Voor perslucht bestaat ISO 11011. Maar voor industriële gassen is het normenlandschap anders: gefragmenteerd over meerdere normen, richtlijnen en programma's, elk met een eigen doel. In dit artikel geven we een overzicht van de belangrijkste normen en programma's voor gaslekdetectie in de Nederlandse industrie, en hoe akoestische lekdetectie (ultrasoon) daarin past.
LDAR: Leak Detection and Repair
LDAR is geen norm maar een programma: een gestructureerde aanpak voor het opsporen en repareren van fugitieve emissies (onbedoelde lekken) van vluchtige organische stoffen (VOS) en methaan. Het concept komt uit de Verenigde Staten, waar de EPA het in de jaren '80 introduceerde voor raffinaderijen en chemische fabrieken.
Een LDAR-programma omvat vier stappen: het inventariseren van alle componenten die kunnen lekken (kleppen, pompen, flenzen, connectoren), het periodiek inspecteren van die componenten, het repareren van gevonden lekken en het documenteren van alles.
In Nederland voeren BRZO-bedrijven en chemieclusters LDAR-programma's uit, vaak in het kader van de Europese Industrial Emissions Directive (IED, 2010/75/EU). Diverse gespecialiseerde dienstverleners voeren deze programma's uit voor de petrochemie en chemie.
De meetmethoden binnen LDAR
EPA Method 21 / EN 15446:2008
De klassieke meetmethode: een technicus loopt met een handheld FID (Flame Ionization Detector) of PID (Photo Ionization Detector) langs elke getagde component en meet de VOS-concentratie in ppm. De Europese variant is vastgelegd in EN 15446:2008.
Het is een bewezen methode, maar arbeidsintensief. Bij een grote installatie met duizenden componenten kan een volledige inspectieronde weken duren. Elke component moet individueel benaderd worden.
OGI: Optical Gas Imaging (NTA 8399:2015)
OGI is een snellere screeningsmethode. Een infraroodcamera maakt gaswolken zichtbaar in real-time. In Nederland is de werkwijze vastgelegd in NTA 8399:2015 ('Luchtkwaliteit – Richtlijnen voor de detectie van diffuus vrijkomende vluchtige organische stoffen met optical gas imaging'), een technische afspraak gepubliceerd door NEN.
OGI kan worden ingezet als onderdeel van een LDAR-programma (de zogenaamde 'SMART LDAR'-aanpak), voor het inspecteren van opslagtanks en bij verladingen. Het voordeel: snellere screening van grote installaties. De beperking: OGI werkt alleen bij gassen die IR-straling absorberen en geeft geen exacte debietmeting.
EU Methaanverordening: Verordening (EU) 2024/1787
De EU-methaanverordening, in werking getreden op 4 augustus 2024, stelt strengere eisen aan de opsporing en rapportage van methaanlekkages in de olie- en gassector. Operators moesten vóór 5 mei 2025 een LDAR-programma indienen bij de bevoegde autoriteiten. De verordening stelt specifieke eisen aan meetfrequentie, detectiedrempels (type 1: 7.000 ppm of 17 g/h, type 2: 500 ppm) en reparatietermijnen (binnen 5 dagen na detectie). Per 5 februari 2026 geldt een verbod op routinematig affakkelen en venting. Voor bedrijven in de Nederlandse olie- en gassector is dit een directe aanscherping van de bestaande praktijk.
Het normenlandschap in een overzicht
| Norm / richtlijn | Doel | Toepassing in Nederland |
|---|---|---|
| EPA Method 21 / EN 15446 | VOS-lekdetectie via FID/PID (puntmeting per component) | BRZO-bedrijven, raffinaderijen, chemieclusters |
| NTA 8399:2015 | OGI-richtlijn voor detectie diffuse VOS-emissies | Op- en overslagbedrijven, petrochemie, tankopslag |
| ISO 15848 | Fugitive emissions van industriële kleppen (typetest) | Klepfabrikanten en -specificeerders |
| IED (2010/75/EU) | Industriële emissies beperken (brede richtlijn) | Alle vergunningplichtige industriële installaties |
| EU Methaanverordening (2024/1787) | Verplicht LDAR en methaanmonitoring olie/gas | Olie- en gaswinning, transport, opslag |
| PGS-13 | Ammoniak-koelinstallaties (veiligheid + monitoring) | F&B, logistiek, koude-opslag |
| PGS-29 | Opslag gevaarlijke stoffen (lekdetectie als onderdeel) | Chemie, tankopslag, distributie |
PGS-richtlijnen: de Nederlandse praktijk
De Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) is specifiek Nederlands en wordt gebruikt door het bevoegd gezag bij vergunningverlening. Twee richtlijnen zijn direct relevant voor lekdetectie:
PGS-13 regelt de veiligheid van ammoniak-koelinstallaties. De richtlijn stelt eisen aan gasdetectie in machinekamers en aangrenzende ruimtes. In de praktijk wordt dit ingevuld met vaste NH₃-detectoren. Leidingwerk buiten de machinekamer valt vaak buiten die bewaking.
PGS-29 behandelt de opslag van gevaarlijke stoffen in verpakking en tanks. De richtlijn bevat eisen voor het voorkomen en detecteren van lekkage, maar laat de keuze van detectiemethode doorgaans open.
Beide richtlijnen schrijven geen specifieke detectiemethode voor. Ze stellen functionele eisen: lekken moeten tijdig worden gesignaleerd. Hoe je dat doet, is aan de exploitant.
Waar past akoestische lekdetectie in dit landschap?
Akoestische lekdetectie (ultrasoon) is geen vervanging van EPA Method 21, OGI of vaste gasdetectie. Het is een aanvulling die een ander deel van het probleem oplost.
Binnen LDAR-programma's. Akoestische detectie kan worden ingezet als snelle screeningsmethode om grote aantallen componenten te scannen. De camera dekt een breed gebied per positie en is niet afhankelijk van het type gas. Het resultaat: een prioriteitenlijst van de zwaarste lekken, waarna gerichte FID/PID-metingen of OGI de concentratie en het gastype bevestigen.
Naast vaste gasdetectie. Vaste detectoren bewaken continu, maar hebben blinde vlekken. Een periodieke akoestische scan vult die gaten. Dit sluit aan op de functionele eisen van PGS-13 en PGS-29: het leidingwerk buiten het bereik van vaste sensoren wordt alsnog geïnspecteerd.
Bij ammoniak en F-gassen. In de F&B-sector waar NH₃-koelinstallaties standaard zijn, detecteert akoestische inspectie lekken in leidingwerk door productieruimtes en technische gangen, buiten het bereik van de vaste NH₃-sensoren in de machinekamer.
Bij waterstof. Waterstof absorbeert geen IR-straling, waardoor OGI en infraroodsensoren niet werken. Akoestische detectie is een van de weinige methoden die H₂-lekken op afstand kan lokaliseren. Lees meer: Waterstoflekdetectie: waarom traditionele methoden tekortschieten.
Het verschil met ISO 11011
ISO 11011 richt zich uitsluitend op perslucht en kijkt vanuit energie-efficiëntie. De normen in dit artikel richten zich op industriële gassen en kijken vanuit veiligheid, milieu en compliance.
Het meetprincipe is hetzelfde: akoestische detectie werkt op drukverschil, ongeacht of het gas perslucht, stikstof, methaan of ammoniak is. Maar de context verschilt. Bij perslucht is het kostenargument leidend. Bij industriële gassen zijn veiligheid en milieu de primaire drijfveren, met kosten als secundair argument.
Wat past bij jouw situatie?
Je hebt een LDAR-programma en zoekt een aanvullende screeningsmethode.
Een akoestische scan (ultrasoon) geeft je in een dagdeel een indicatief beeld van je installatie. Lees meer over onze aanpak.
Je hebt vaste gasdetectie en vermoedt blinde vlekken.
Lees hoe akoestische detectie je vaste systeem aanvult: Akoestische lekdetectie naast je vaste gasdetectie.
Je wilt weten welke gassen akoestisch detecteerbaar zijn.
Lees ons overzicht: Welke gassen kun je met akoestische lekdetectie opsporen?
Je wilt sparren over hoe lekdetectie past in je compliance-programma.
Plan een kennismakingsgesprek.
GasProtex is specialist in gas- en persluchtlekdetectie voor de Nederlandse industrie. ATEX-gecertificeerd (zone 2/22). VCA-vol.
Wil je weten waar jouw lekken zitten?
Een quickscan geeft je in een dagdeel een compleet beeld van je perslucht- of gassysteem.