Bereken je besparingKennisbankCasesOver OnsContactLekbeheer ToolPlan afspraak

Waterstof

Waterstof gaslekdetectie: waarom traditionele methoden tekortschieten

Door Marcelinus Verkuil, oprichter van GasProtex.

Gepubliceerd op · Bijgewerkt op · 10 minuten leestijd

Waterstof gaslekdetectie is lastiger dan bij andere gassen. Waterstof is onzichtbaar, van nature geurloos en in lucht brandbaar van 4 tot ongeveer 75 vol%. Toch ziet de meest gebruikte gasdetectie het niet, of meet ze alleen op de plek waar de sensor hangt. Hieronder lees je welke detectie bij een waterstoflek wel en niet werkt, waarom betrouwbare waterstof lekdetectie een andere aanpak vraagt en waar akoestische lekdetectie in past.

In de industrie werken bij een waterstoflek je neus, je ogen, infraroodsensoren (NDIR) en de optische gascamera niet: waterstof is van nature geurloos en absorbeert vrijwel geen infraroodstraling. Elektrochemische, katalytische en warmtegeleidingssensoren meten waterstof wel, maar alleen op de plek waar ze hangen. Een akoestische camera hoort het lek op afstand, bij draaiende installatie en op werkdruk. De grens: zonder drukverschil hoort de camera niets, en welk gas er lekt, zegt hij niet.

In het kort

  • Waterstof is van nature geurloos; in de industrie krijgt het in de regel geen geurstof.
  • Infraroodsensoren (NDIR) en de optische gascamera zien waterstof niet.
  • Elektrochemische, katalytische en warmtegeleidingssensoren meten waterstof wel, maar alleen op hun eigen plek.
  • Een akoestische camera hoort het lek, niet het gas; dat werkt bij elk gas dat onder drukverschil ontsnapt.
  • Akoestisch vult vaste detectie aan; het vervangt die niet.

Waarom waterstof anders is dan andere gassen

Geen kleur, geen geur. Waterstof is kleurloos en van nature geurloos. In de industrie krijgt het in de regel geen geurstof: veel industriële processen en brandstofcellen verdragen de zwavel in een gangbare geurstof als THT niet. Ook het landelijke waterstofnet komt volgens de huidige plannen zonder geurstof. Een waterstoflek in een fabriek ruik je daarom in de regel niet.

Kleinste molecuul. Waterstof is het kleinste molecuul; alleen het heliumatoom is kleiner. Het dringt door materialen en afdichtingen die voor andere gassen dicht zijn. Een afdichting die voor aardgas voldoet, is dus niet vanzelf waterstofdicht.

Brede explosiegrenzen. Waterstof is in lucht brandbaar van 4 tot ongeveer 75 vol%. Methaan, de hoofdcomponent van aardgas, is brandbaar van 4,4 tot 17 vol% (Europese waarden). Het brandbare venster is bij waterstof veel breder.

Lage ontstekingsenergie. Waterstof heeft ongeveer tien keer minder energie nodig om te ontsteken dan methaan: zo'n 0,02 mJ tegenover 0,2 tot 0,3 mJ. Bij droog weer kan een onzichtbare vonk of een statische ontlading van je lichaam al genoeg zijn.

Snel opstijgen. Waterstof is ongeveer 14 keer lichter dan lucht. Buiten stijgt een lek snel op en verdunt het snel, al bepaalt bij kleine lekken vaak de luchtstroming waar het gas heen gaat. In een afgesloten ruimte kan het zich ophopen.

Welke detectie werkt niet bij waterstof?

Je neus en je ogen

Een waterstoflek ruik je in de industrie in de regel niet, en je ziet het niet. Ontbrandt het lek, dan zie je bij daglicht ook de vlam nauwelijks: een waterstofvlam is kleurloos tot lichtblauw en straalt weinig warmte uit. Met UV-meting of een speciale warmtebeeldcamera is een vlam wel te detecteren.

Infraroodsensoren (NDIR)

NDIR-sensoren zijn de standaard voor methaan, andere koolwaterstoffen en CO₂. Waterstof zien ze niet: een waterstofmolecuul bestaat uit twee gelijke atomen en absorbeert vrijwel geen infraroodstraling. Een gasmeter met alleen een infraroodsensor voor explosiegevaar waarschuwt je dus niet voor waterstof.

De optische gascamera (OGI)

Een optische gascamera maakt gas zichtbaar doordat het infraroodstraling absorbeert. Waterstof doet dat vrijwel niet, dus de camera toont geen wolk; een gewone warmtebeeldcamera ziet het ook niet. Het kan wel indirect, met een traceergas. In waterstofgekoelde generatoren van elektriciteitscentrales wordt daarvoor 3 tot 5% CO₂ aan het waterstof toegevoegd; de generator blijft in bedrijf, en een gascamera die CO₂ ziet, toont het lek via dat gas. Je ziet dan het CO₂, niet het waterstof.

Welke detectie werkt wel bij waterstof?

Drie soorten sensoren meten waterstof wel. Ze bewaken continu één punt: ze melden gas dat de sensor bereikt, maar zeggen niet waar het lek zit. Een akoestische camera doet het omgekeerde: die meet geen concentratie, maar vindt de plek van het lek.

MethodeWerkt op H₂?WaarvoorBeperking
Neus en ogenNee–Waterstof is kleurloos en geurloos; in de industrie in de regel zonder geurstof
Infraroodsensor (NDIR)Nee–Waterstof absorbeert vrijwel geen infrarood
Optische gascamera (OGI)Nee–Alleen indirect, via een toegevoegd traceergas zoals CO₂
ElektrochemischJaLage concentraties (ppm), vroege waarschuwingMeestal tot enkele duizenden ppm; kruisgevoelig, o.a. voor CO; regelmatig kalibreren
Katalytisch (pellistor)JaExplosiegevaar (% LEL)Minimaal circa 10 vol% zuurstof nodig; niet specifiek voor H₂; vergiftiging; onbetrouwbaar boven de LEL
WarmtegeleidingJaHoge concentraties, tot 100 vol%, bv. in procesgasWeinig selectief, reageert ook op o.a. helium; te grof voor lage concentraties
Akoestisch (ultrasoon)Ja, bij drukverschilLekken op afstand lokaliserenZonder drukverschil geen geluid; herkent het gas niet

Elektrochemische sensoren

Een elektrochemische sensor meet de stroom uit een chemische reactie met waterstof. Hij is gevoelig bij lage concentraties, in ppm, en daarmee geschikt voor een vroege waarschuwing. Veel uitvoeringen meten tot enkele duizenden ppm, sommige tot 4 vol%. Volgens de datasheets reageert hij binnen 30 tot 90 seconden. Hij reageert ook op andere gassen, zoals CO, H₂S, NO en ethyleen; hoe sterk verschilt per type, en sommige typen hebben een CO-filter. Hij is temperatuurgevoelig, fabrikanten geven meestal een levensduur van 2 jaar of meer op, en je moet hem regelmatig testen en kalibreren.

Lees ook: Kruisgevoeligheid bij vaste gasdetectie

Katalytische sensoren (pellistor)

Een pellistor laat brandbaar gas op een verhitte korrel reageren met zuurstof uit de lucht en meet de warmte die daarbij vrijkomt. Hij meet van 0 tot 100% LEL; voor waterstof is dat 0 tot 4 vol%. Hij reageert op alle brandbare gassen, dus niet specifiek op waterstof. Hij heeft zuurstof nodig: de Britse HSE en fabrikanten als MSA, Industrial Scientific en WatchGas noemen minimaal 10 vol%, Dräger per meter 8 tot 12 vol%. In trainingen hoor je soms 14 vol%; dat is een voorzichtige vuistregel, geen fabrieksopgave. Bij te weinig zuurstof meet hij te laag of onbetrouwbaar, en zonder zuurstof ziet hij het gas niet: een uitlezing van 0% LEL betekent dan niet dat er geen gas is. Boven de explosiegrens (LEL) wordt de meting onbetrouwbaar en kan het element beschadigen. Siliconen vergiftigen de katalysator blijvend; zwavelverbindingen zoals H₂S, gechloreerde stoffen en lood remmen of vergiftigen hem, soms tijdelijk en soms blijvend.

Warmtegeleidingssensoren

Waterstof geleidt warmte ongeveer zeven keer beter dan lucht. Een warmtegeleidingssensor meet dat verschil ten opzichte van een referentie en heeft geen zuurstof nodig. Klassieke uitvoeringen meten tot 100 vol%, bijvoorbeeld de zuiverheid van waterstof of de koelwaterstof in turbines, maar zijn meestal te grof voor het bereik tot de explosiegrens (4 vol% waterstof); moderne sensoren halen een detectiegrens rond 0,1 vol%. Hij is weinig selectief: ook andere gassen waarvan de warmtegeleiding duidelijk van lucht afwijkt, zoals helium, geven een signaal.

Akoestische detectie (ultrasoon)

Een handheld akoestische camera meet het ultrasone geluid van gas dat onder druk ontsnapt, niet het gas zelf. Er is geen zuurstof of chemische reactie nodig, dus de methode werkt ook bij inerte gassen zoals stikstof. Omdat je het geluid van het lek zelf meet, speelt het geen rol waar de wind het gas heen blaast of hoe sterk het verdunt. Wind, ventilatie en machines kunnen wel geluid in beeld brengen, maar dat is diffuus en verspringt. Een lek blijft op dezelfde plek geluid geven zolang er druk op staat; daaraan onderscheid je een lek van ruis. Twijfel je, dan scan je vanuit een tweede positie: een bron die steeds op dezelfde plek terugkomt, is echt. Tegen omgevingsgeluid heeft de camera zelf hulpmiddelen. Met de focusfunctie beperk je het beeld tot het gebied dat je onderzoekt, zodat kleine lekken ook bij veel omgevingsgeluid zichtbaar worden. Een smalle frequentieband filtert geluid uit andere banden weg, en de stabiele modus maakt de camera ongevoeliger voor wisselende storingen.

Welke sensor bij welke taak past, met de voor- en nadelen per type: Waterstofsensoren vergeleken →

Waterstof gaslekdetectie met een akoestische camera

Bij waterstof lekdetectie met een akoestische camera zoek je niet het gas, maar het geluid van de uitstroming. De camera die GasProtex gebruikt, de Crysound CRY8125, is een handheld camera van 1,4 kilo met 200 microfoons die luistert tussen 2 en 100 kHz. Hij legt het geluid als beeld over de installatie, zodat je ziet waar het lek zit. Dat kan op afstand, bij draaiende installatie. Bij waterstof is die afstand een veiligheidsvoordeel: niemand hoeft met een snuffelaar vlak bij een brandbaar lek te zoeken.

Op onze casespagina staat een praktijkvoorbeeld: een lek in een waterstofreformer die met stikstof was veiliggesteld. Het gas dat lekte was er niet meer, en toch was het lek met een akoestische camera te vinden: je hoort de uitstroming, niet het gas. Dat voorbeeld zegt iets over de methode, niet over waterstof zelf.

De fabrikant geeft als kleinste lek 0,0029 l/min op 10 meter bij 2,7 bar. Dat is een opgave onder gunstige omstandigheden, geen belofte voor jouw installatie. Een detectiegrens specifiek voor waterstof is niet gepubliceerd.

Waar de akoestische methode ophoudt

We zeggen dit liever vooraf dan achteraf. Een akoestische inspectie vindt lekken boven de detectiegrens, onder de omstandigheden van die dag. Wat ze niet kan:

  • Zonder drukverschil geen geluid. Stilstaande systemen, vloeistoflekken en opgeloste gassen vallen erbuiten. De gevoeligheid is opgegeven bij 1,9 tot 2,7 bar; bij lage druk, tot 0,5 bar, kan de camera het minst zeggen.
  • Het gas herkennen. De camera hoort het lek, niet het gas. Welk gas er lekt, lees je af van je leidingschema.
  • Zien zonder zichtlijn. Achter isolatie, beplating of in een behuizing wordt het signaal zwakker of ontbreekt het, en kan een klein lek je ontgaan.
  • Diffuse emissie op ppm-niveau. Daarvoor zijn snuffelaars of andere meetmethoden nodig.
  • Een geijkte meting. Het debiet per lek is een indicatie om te prioriteren, geen geijkte meting.

De gelaagde aanpak

Geen enkele methode dekt alles. Waterstofveiligheid vraagt om meerdere lagen:

Laag 1: vaste gasdetectie. Elektrochemische, katalytische of warmtegeleidingssensoren op vaste punten, voor continue bewaking. Je eerste alarm.

Laag 2: periodieke akoestische inspectie. De installatie scannen op lekken tussen de vaste sensoren, en ze lokaliseren tot op de bron.

Laag 3: vlamdetectie. UV- of IR-meting voor het geval een lek ontbrandt, want een waterstofvlam zie je bij daglicht nauwelijks.

Waterstof in een ATEX-zone

De camera heeft certificaat TÜV 24 ATEX 9172 X voor zone 2 (gas) en zone 22 (stof), met gasgroep IIC, waar waterstof onder valt. Rond de releasepunten van een waterstofinstallatie is vaak sprake van zone 1. Objecten in zone 1 meten we op afstand vanuit zone 2, zonder de zone in te gaan, nadat jouw zonering en werkvergunning dat bevestigen. Daarom vragen we vooraf het zoneringsdocument op.

Meer over zones, gasgroep en ontstekingsgevaar bij waterstof lees je in Waterstof in ATEX-zones.

Waar je waterstof onder druk tegenkomt

In de chemie en raffinage, bijvoorbeeld bij reformers. Ook het landelijke waterstofnet groeit: de eerste 32 kilometer in het Rotterdamse havengebied is sinds januari 2026 gevuld met groene waterstof. Vaste gasdetectie blijft daar je alarm; een akoestische inspectie zoekt de lekken tussen de sensoren.

Wat kost een waterstoflek?

Bij waterstof gaat het vooral om veiligheid, maar het gasverlies telt ook mee. Reken het na voor je eigen installatie met de waterstoflek-kostencalculator.

Wat je na de inspectie hebt

Elk gevonden lek staat in je Lekbeheer Tool, met locatie en omvang, zodat je gericht kunt repareren. Hoe een inspectie verloopt, lees je bij gaslekdetectie voor de industrie.

Veelgestelde vragen

Welke detectie werkt wel en niet bij een waterstoflek?+

Niet: je neus en je ogen, infraroodsensoren (NDIR) en de optische gascamera. Wel: elektrochemische, katalytische en warmtegeleidingssensoren, die op een vast punt de concentratie meten, en een akoestische camera, die het lek op afstand lokaliseert zolang het gas onder drukverschil ontsnapt.

Kun je een waterstoflek ruiken?+

In de regel niet. Waterstof is van nature geurloos en krijgt in de industrie in de regel geen geurstof: veel industriële processen en brandstofcellen verdragen de zwavel in een gangbare geurstof als THT niet. Ook het landelijke waterstofnet komt volgens de huidige plannen zonder geurstof.

Ziet een optische gascamera waterstof?+

Nee. Waterstof absorbeert vrijwel geen infraroodstraling, dus een optische gascamera toont geen wolk. Ook infraroodsensoren (NDIR) reageren niet op waterstof. Alleen als er een traceergas aan het waterstof is toegevoegd, zoals CO₂ in sommige waterstofgekoelde generatoren, ziet de camera het lek via dat gas.

Hoe vind je een waterstof lekkage zonder de installatie stil te zetten?+

Met een akoestische camera, bij draaiende installatie en op werkdruk. De camera hoort het ultrasone geluid van gas dat onder druk ontsnapt en toont waar het vandaan komt. Zonder drukverschil hoort de camera niets.

Kan een akoestische camera zeggen dat het lek waterstof is?+

Nee. De camera hoort het geluid van gas dat onder druk ontsnapt, niet het gas zelf. Naast een waterstofleiding kan het ook stoom of perslucht zijn. Welk gas het is, bepaal je met je leidingschema.

Bij welke druk werkt het?+

Er is drukverschil nodig. De fabrikant geeft als kleinste lek 0,0029 l/min op 10 meter bij 2,7 bar, onder gunstige omstandigheden. De gevoeligheid is opgegeven bij 1,9 tot 2,7 bar; bij lage druk, tot 0,5 bar, kan de camera het minst zeggen. Een detectiegrens specifiek voor waterstof is niet gepubliceerd.

Heeft wind invloed op akoestische lekdetectie?+

Niet op waar het gas heen waait: de camera meet het geluid van het lek zelf, niet de gaswolk. Wind kan wel geluid in beeld brengen, maar dat is diffuus en verspringt. Een lek blijft op dezelfde plek geluid geven zolang er druk op staat; daaraan onderscheid je een lek van ruis.

Werkt dit in een ATEX-zone?+

De camera is ATEX-gecertificeerd voor zone 2 en 22 (TÜV 24 ATEX 9172 X). Objecten in zone 1 meten we op afstand vanuit zone 2, zonder de zone in te gaan, nadat jouw zonering en werkvergunning dat bevestigen.

Vervangt dit mijn vaste waterstofdetectie?+

Nee. Vaste gasdetectie blijft je alarm. Een akoestische inspectie vult die aan: ze zoekt de plek van lekken tussen de vaste sensoren, bijvoorbeeld bij flenzen en afsluiters.

Waar dit op rust

GasProtex spoort gas- en persluchtlekken op in de Nederlandse industrie, met een akoestische camera die ATEX-gecertificeerd is voor zone 2 en 22.

Lekker lezen?

Wil je weten waar op jouw installatie waterstof ontsnapt?

Een Quickscan beslaat een deel van je installatie, op werkdruk; daarna zit je nergens aan vast.

Je weet dat er lekken zijn. Wij zorgen ervoor dat ze gevonden worden.