Bereken je besparingKennisbankCasesOver OnsContactKlantenportaalPlan afspraak

Gaslekdetectie

Waterstofsensoren vergeleken: welke detectiemethode werkt?

GasProtex · juni 2026 · 6 minuten leestijd

Niet elke waterstofsensor doet hetzelfde. De vraag is niet alleen welke methode H2 kan detecteren, maar wélke taak je hebt: continu bewaken op een punt, of lekken opsporen en lokaliseren over een hele installatie. Dit artikel zet katalytisch, elektrochemisch, thermal conductivity en akoestische detectie naast elkaar, en laat zien waar elke methode wint.

Kort: infrarood (NDIR/OGI) werkt niet op waterstof. Katalytische, elektrochemische en thermal-conductivity-sensoren bewaken continu de concentratie op een vast punt, elk met eigen beperkingen. Voor het opsporen en lokaliseren van lekken over een installatie is akoestische detectie (ultrasoon) de sterkste keuze: op afstand, exact gelokaliseerd, op werkdruk, ATEX-gecertificeerd en onafhankelijk van de gaschemie. Vaste sensoren en akoestische inspectie vullen elkaar aan.

De methoden in één overzicht

MethodeWerkt op H₂?Primaire taakBeperking
NDIR / OGI (infrarood)Neen.v.t.H₂ absorbeert geen IR-straling, volledig blind
Katalytisch (pellistor)BeperktContinue bewakingVergiftiging, verzadiging boven LEL, zuurstof nodig
ElektrochemischJaContinue bewakingTrage respons, kruisgevoeligheid, korte levensduur
Thermal conductivityJa (hoog)Continue bewakingAlleen boven 1% vol, niet selectief
Traceergas (waterstof-stikstof of helium)JaDichtheidstest in opstellingVereist afgekoppeld testobject en drukopbouw, niet tijdens bedrijf
Akoestisch (ultrasoon)JaMobiele inspectie + lokalisatieGeen gasidentificatie, vereist drukverschil

Vaste sensoren: continu bewaken op een punt

Katalytische (pellistor) sensoren verbranden het gas op een verhit element. Ze werken beperkt op waterstof, maar raken vergiftigd door bepaalde stoffen, verzadigen boven de explosiegrens (LEL) en hebben zuurstof nodig om te functioneren.

Elektrochemische sensoren detecteren H2 wel, maar reageren traag, zijn kruisgevoelig voor andere gassen en hebben een beperkte levensduur.

Thermal-conductivity-sensoren benutten de hoge warmtegeleiding van waterstof, maar werken pas boven 1% volume en zijn niet selectief.

Deze sensoren delen één kenmerk: ze bewaken een vast punt en alarmeren bij een grenswaarde. Voor permanente bewaking van een bekende risicoplek zijn ze waardevol. Maar ze vertellen je niet wáár een lek zit, en een lek tussen twee sensoren in blijft onopgemerkt. Infrarood (NDIR en OGI) valt sowieso af: waterstof absorbeert geen IR-straling.

Omdat waterstof ongeveer 14 keer lichter is dan lucht en snel opstijgt, horen vaste sensoren juist hoog te hangen, bij het plafond of boven de vermoedelijke lekbron, en niet op ademhoogte zoals bij zwaardere gassen. Hoeveel sensoren je nodig hebt en op welke onderlinge afstand, hangt af van ruimtevolume, ventilatie en indeling en volgt uit je RI&E.

Traceergas: dichtheidstest in een opstelling

Een vierde route is de traceergas-methode. Je vult een afgesloten object (een leiding, component of warmtewisselaar) met een veilig mengsel van waterstof in stikstof, of met helium, en spoort het ontsnappende gas op met een gevoelige snuffelsonde. De methode is zeer gevoelig en bij uitstek geschikt voor dichtheidscontrole in productie of bij een druktest op losse onderdelen. De keerzijde: het testobject moet afgekoppeld of af te persen zijn en onder druk gezet worden. Voor een installatie die in bedrijf is, waar je niet elk onderdeel kunt demonteren of stilleggen, is dat geen werkbare aanpak. Daarvoor blijft akoestische inspectie op werkdruk de aangewezen methode.

Akoestische detectie: opsporen en lokaliseren

Voor het terugvinden van lekken over een hele installatie speelt akoestische detectie (ultrasoon) een andere rol. De camera detecteert niet het gas zelf, maar het ultrasone geluid dat ontstaat wanneer waterstof onder druk door een opening stroomt. Dat geluid is onafhankelijk van de chemische eigenschappen van het gas, dus er is geen blinde vlek voor H2.

Voor de inspectie-use-case wint die aanpak op de punten die er bij waterstof toe doen:

  • Op afstand. De technicus hoeft niet vlak bij een brandbaar lek te staan. Bij waterstof is dat een direct veiligheidsvoordeel.
  • Exacte lokalisatie. Een live beeld wijst aan waar het geluid vandaan komt, in plaats van alleen een zone-alarm.
  • Geen productiestop. Meten gebeurt op werkdruk, tijdens normale bedrijfsvoering.
  • ATEX-gecertificeerd. Onze camera is gecertificeerd voor zone 2 en zone 22, dus direct inzetbaar in de meeste zones.

De beperking is eerlijk: akoestische detectie identificeert het gas niet en vereist een drukverschil. Voor permanente concentratiebewaking blijven vaste sensoren nodig. In de praktijk combineren bedrijven beide: vaste sensoren voor continue bewaking, akoestische inspectie om de lekken te vinden die daartussenuit vallen. Hoe dat technisch werkt, lees je in waterstof lekdetectie.

Wat past bij jouw situatie?

Je wilt lekken opsporen en lokaliseren over je installatie.

Dan is een akoestische scan de aangewezen methode. Lees meer over onze aanpak voor gaslekdetectie.

Je wilt methodes breder vergelijken (niet alleen waterstof).

Zie ons gas-brede overzicht: lekdetectie methoden vergeleken.

Je wilt sparren over de juiste aanpak voor H₂.

Plan een kennismakingsgesprek.

Veelgestelde vragen

Dat hangt af van de taak. Voor continue bewaking op een vast punt zijn elektrochemische of katalytische sensoren gangbaar. Voor het opsporen en lokaliseren van lekken over een hele installatie werkt akoestische detectie (ultrasoon) beter: die meet op afstand en wijst het lek exact aan.

GasProtex is specialist in gas- en persluchtlekdetectie voor de Nederlandse industrie. ATEX-gecertificeerd (zone 2/22). VCA-vol.

Waterstoflekken opsporen in de praktijk?

Plan een vrijblijvend kennismakingsgesprek of een Quickscan ter plaatse.